Deel deze pagina:

De Jeugdbescherming van morgen

Debat: de jeugdbescherming in 2030

‘Hoe ziet de jeugdbescherming er in 2030 uit? Over die vraag gaan we vandaag in debat. U bent allemaal met dit vak bezig, uw mening telt.’ Zo opent dagvoorzitter Ruben Maes het debat op het symposium ‘de jeugdprofessional van morgen’. Ruim zestig professionals bij gemeenten en organisaties voor jeugdbescherming nemen deel.

Kern van ons werk blijft: de hulpverlening in het gezin brengen en het borgen van de veiligheid.

Auteur: Yolanda van Empel

‘Hoe kunnen we in de toekomst sneller voor jeugdigen werken en doelen centraal stellen? En, niet onbelangrijk: met welke realiteit hebben we dan te maken?’, vervolgt Maes. ‘Daarom heeft het Nederlands Jeugdinstituut aan Beatrijs Voorneman van Reframing Studio gevraagd of zij de trends voor ons wil schetsen.’

Maar eerst gaan de aanwezigen in debat over twee stellingen. ‘Wie denkt: ik kan het verschil maken in de jeugdbescherming?’, aldus Maes. De meeste deelnemers verplaatsen zich naar het ja-kamp. Een handjevol denkt daar anders over. ‘Ik ben beleidsmedewerker, het valt buiten mijn invloedssfeer’, aldus een nee-kamper. ‘Wel kan ik de vertaalslag maken van beleid naar uitvoering. Verder zit ik niet in de politiek noch heb ik een voorzittershamer in mijn hand.’

Ziet de jeugdbescherming er in 2030 anders uit dan nu?

De tweede stelling. Maes: ‘Ziet de jeugdbescherming er in 2030 anders uit dan nu? ‘Ik denk dat we in de kern nog hetzelfde werk doen’, aldus een debatdeelnemer. ‘Jeugdbeschermers zorgen er ook dan nog voor dat een ondertoezichtstelling zo kort mogelijk duurt. Kern van ons werk blijft: de hulpverlening in het gezin brengen en het borgen van de veiligheid.’

Je moet snel en wendbaar zijn.

Een andere deelnemer: ‘Ik denk dat de jeugdbescherming over pakweg tien jaar meer wordt uitgevoerd door kleine partijen in plaats van de grotere instellingen. Ik werk als zzp’er voor gemeenten en begeleid jongeren. Hardcore voorlichting zonder poppenkast, daar ben ik van. Daar is behoefte aan. Directe communicatie met de gemeente is belangrijk. Je moet snel en wendbaar zijn.’

‘Ik vind dat er nu al veel verandert’, aldus een deelnemer. ‘Er is sprake van een vermaatschappelijking van de jeugdzorg. We maken veel meer gebruik van de kennis en kunde in de wijk. Collega’s in het wijkteam werken veel intensiever samen met de gecertificeerde instellingen. De cultuur verandert, ik ben absoluut optimistisch.’

De context in 2030

‘Veel wat er gaat gebeuren, is natuurlijk afhankelijk van de context waarbinnen de jeugdbescherming opereert’, aldus Maes. ‘We verplaatsen het debat naar 2030. Waar hebben we mee te maken in 2030 als jeugdbeschermers?’ Beatrijs Voorneman van Reframing Studio voert het woord: ‘We kunnen natuurlijk niet de toekomst voorspellen. Wel voorzien we trends en ontwikkelingen die de context van de jeugdbescherming beïnvloeden.’

Ouderschap vraagt om schouderschap.

‘In 2030 hebben we naar verwachting te maken met trends als groeiend individualisme en segregatie, de ‘skyboxification’ van de samenleving’, vervolgt zij. ‘Het eigen belang gaat voor het maatschappelijk belang. We bemoeien ons niet met de opvoeding van een ander. Een belangrijke ‘state, gegeven’ is het disruptieve imago van de jeugdbescherming – wijkteams worden gezien als spionnen van de overheid. Anderzijds landt het besef: ouderschap vraagt om schouderschap – je kunt het niet alleen. Deze trends vormen de context voor het debat.’

Jeugdbescherming is een volkszaak

Maes schiet direct een stelling af: ‘Jeugdbescherming is in 2030 weer een volkszaak. Wie is het daarmee eens?’ ‘Volmondig eens’, reageert een deelnemer. ‘Vrijwilligers en burgers zouden belangrijker moeten worden in de jeugdbescherming. Bijvoorbeeld door als maatje te fungeren of als voogd. Zo begeleiden burgers zedendaders bij de aanpak COSA om de kans op herhaling te voorkomen. De recidive is aanmerkelijk lager bij deze groep. Dergelijke aanpakken ontstaan steeds vaker in de nieuwe jeugdbescherming.’

‘Jeugdbescherming een volkszaak? Ik denk van niet’, aldus een andere debatdeelnemer. ‘In mijn straat woont een meisje van dertien dat dreigt af te glijden. De ouders zijn wanhopig. Toch vinden ze het door schaamte moeilijk om hulp in te roepen, en zeker niet van hun buren. Dat ligt toch echt bij professionals.’ Ingrijpen is per definitie disruptief, reageert een andere deelnemer. ‘Als volk bepalen we wat de grens is, dat doet de overheid niet. Soms is ingrijpen niet erg, maar verstandig. Dat mogen we ook niet vergeten.’

Zorg voor een systeem dat erkent dat er risico’s kleven aan ons vak.

Zorg voor een systeem dat erkent dat er risico’s kleven aan ons vak

Maar wanneer wel en wanneer niet? ‘Vraag altijd of mensen in de omgeving van een jeugdige iets willen en kunnen betekenen voordat je een kind uit huis plaatst’, aldus een deelnemer. ‘Daar hangen risico’s mee samen, ja. Er kan bijvoorbeeld een pleger van seksueel misbruik tussen zitten. Maatschappelijk worden echter geen risico’s geaccepteerd, dus wordt het dichtgetimmerd. Mijn devies voor de jeugdbescherming van morgen: zorg voor een maatschappij en een systeem die erkennen dat er risico’s kleven aan ons vak. Ook is het zaak dat we onze jeugdbeschermers steunen die manoeuvreerruimte nodig hebben om hun werk goed te doen.’

Met die discussie loopt het debat ten einde, want de volgende workshopronde kondigt zich aan. ‘We zijn tien minuten over tijd’, besluit Maes het debat. ‘Hartelijk dank voor uw waardevolle inbreng!’

 

Geplaatst op 28-9-2017 door Lucinda van Ewijk interesting4 354 0

0 Reacties

Geef een reactie

Stuur mij een email bij een nieuwe reactie.