Deel deze pagina:

Werk in uitvoering

‘Dwang en drang, dat werkt meestal niet’

Geen dwang en drang, vertrouwen in burgers en een plek voor burgers in de jeugdbescherming. Dat zijn de uitgangspunten van het gedachtengoed “de Zwerm”. In deel 5 van vrijwilligers in de jeugdbescherming een gesprek met Hans Nusse, voormalig regiodirecteur bij de Raad voor de Kinderbescherming en organisator van ‘Zwermtafels’ van de Vereniging Associatie voor Jeugd, de landelijke vereniging van bestuurders in de zorg voor jeugd.

Auteur: Yolanda van Empel

‘We hebben in de Nederlandse jeugdhulp een systeem opgetuigd gebaseerd op wantrouwen’

Waar komt de overtuiging vandaan dat dwang en drang niet werkt?

‘Tijdens een reis naar Denemarken in 2013 deed de Associatie voor Jeugd inspiratie op voor een andere manier van denken over jeugdhulp. Die reis maakte de vereniging in het kader van de decentralisaties van de zorg voor de jeugd. In Denemarken helpen gemeenten gezinnen zoveel mogelijk zonder dwang en drang. Ook als het scheef loopt, blijft men in Denemarken ouders als partners in de opvoeding zien. Daar bedanken professionals in de jeugdgevangenis ouders van jeugdigen voor het vertrouwen dat ze in hen hebben. Er gaan ook zaken goed in gezinnen waar justitie bij gehaald wordt. Dat moet je behouden, zo luidt de gedachte in Denemarken. En dat werkt verrassend goed.’

Heeft de Nederlandse overheid geen vertrouwen in ouders?

‘We hebben in de Nederlandse jeugdhulp een systeem opgetuigd gebaseerd op wantrouwen. Dat begint al bij het consultatiebureau, waar ouders het eerste contact hebben met de lokale overheid. Het lijkt vaak of de professionals van het consultatiebureau serieus twijfelen aan de capaciteiten van ouders. Burgers voelen zich door de overheid op het matje geroepen. Ook plaatsen wij jeugdigen relatief snel onder voogdij als wij denken dat hun veiligheid of die van de samenleving in het geding is. Of stellen hen onder toezicht – met dwang en drang – als de ouders onmachtig zijn om de ontwikkeling en/of de veiligheid te waarborgen bij strafbare feiten. Als dat niet werkt, volgt een uithuisplaatsing of jeugddetentie. Kinderen komen in een jeugdgevangenis of in een gezinshuis terecht. In dat laatste geval ligt het gezag van de jeugdige bij een gecertificeerde instelling voor jeugdbescherming. Ik noem het vergeten kinderen. Dat staat in schril contrast met Denemarken: vertrouwen in burgers door de overheid is het uitgangspunt. Een andere, betere insteek.’

Waarom is dat een betere insteek?

‘Het helpt niet als de lokale overheid ouders argwanend bejegent. Net zoals dwang en drang als maatregel niet werkt. Mensen worden er chagrijnig van, zijn niet gemotiveerd naar hulpverleners. Grenzen aangeven is goed, maar een ondertoezichtstelling wordt door ouders en kinderen ervaren als straf. Werkt dat? Nee, in mijn optiek niet. En ik ben niet de enige. Een directeur van een jeugdgevangenis die nu gepensioneerd is, zei laatst: “Ik heb zoveel kinderen voor niets opgehokt”.’

‘Hoe kun je heel dichtbij de cliënt zijn en toch kaders stellen?’

Is het soms niet beter als de gemeente ingrijpt als de veiligheid van kinderen of de samenleving in het geding is?

‘Natuurlijk, je hebt altijd uitzonderingen en situaties die om noodgrepen vragen. Toch ben ik ervan overtuigd dat wij in Nederland te veel kinderen uit huis plaatsen. Dat is een heel heftig middel, weet ik uit mijn werk als regiodirecteur bij de Raad voor de Kinderbescherming. Ouders denken doorgaans niet als ze kinderen krijgen: “ik ga er een zooitje van maken”. De omstandigheden en onmacht moet je willen begrijpen als hulpverlener. Met dwang en drang wordt het er meestal niet beter op. Vanuit de beweging “de Zwerm” wil de Associatie voor Jeugd de attitude van dwang en drang ombuigen naar een attitude van natuurlijk ouderschap zoals in Denemarken. Samen zoeken naar mogelijkheden om het leven weer in eigen hand te nemen, staat voorop. Daarvoor organiseren wij onder andere Zwermtafels.’

Wat zijn Zwermtafels?

‘Zwermtafels zijn bijeenkomsten die die de Associatie voor Jeugd organiseert op bijvoorbeeld congressen en workshops, zoals de Voor de Jeugddag. We nodigen mensen aan tafel uit met expertise over werken zonder dwang en drang. In het gesprek benaderen we casussen vanuit verschillende perspectieven: gezin, professional en burgers. Daarover interview ik de aanwezigen in een zaal met publiek. Wijkteams bieden bijvoorbeeld laagdrempelige hulp aan gezinnen. Dat contrasteert vaak met de aanpak van gecertificeerde instellingen; zij werken vaak op de autoritaire manier. Daar vraag ik dan over door. Ook de jeugdbescherming zit aan tafel. Hoe kunnen we hulpverleners de ruimte geven om een jeugdige echt helpen? We leggen patronen bloot en geven adviezen aan bestuurders. Zo wordt er op verschillende niveaus geleerd over werken zonder dwang en drang.’

Wat zijn de leerpunten voor gemeenten en gecertificeerde instellingen?

‘Gemeenten en instellingen voor jeugdhulp hebben hulp nodig bij het proces. Stel dat je dwang en drang afschaft, wat betekent dat voor gezinnen en hulpverleners? Dat vraagt om een verandering in houding. Het roept ook vragen op. Zoals: hoe kun je heel dichtbij de cliënt zijn en toch kaders stellen? Ook vraagt het veel van bestuurders van instellingen en van gemeenten. Veel hangt van personen af. Een wethouder die zegt: “Zonder dwang en drang zou mooi zijn, daar ga ik me hard voor maken”. De regie verschuift meer naar samenwerken met burger en gezin, dat is spannend. Wat als het niet goed gaat? Uit angst en onmacht passen we in Nederland vaak dwang en drang toe, waar een andere aanpak beter zou werken. Zoals het inzetten van burgers in de jeugdbescherming. Daarom ben ik ook een grote voorstander van de SWING-projecten: de regie ligt bij de jeugdige en zijn netwerk. Wie uit jouw netwerk kan jou helpen?’

Waarom is het inzetten van burgers in de jeugdbescherming een goede zaak?

‘We zouden veel vaker burgers moeten inzetten in de jeugdbescherming. Zo vertelde een leerplichtambtenaar dat hij liever een burger inzet om een jongere die spijbelt te begeleiden dan dat hij een proces verbaal uitschrijft. Let wel, ik ben zeer voor inzet van burgers, maar additioneel. En niet omdat het goedkoper is. De aanpak JIM is daar een prachtig voorbeeld daarvan. Burgers versterken samen met professionals het netwerk van een jeugdige. De jeugdige kiest zelf zijn mentor. Zo voorkomen ze soms zelfs dat kinderen uit huis worden geplaatst. Zeer indrukwekkend, en een mooi staaltje van vakmanschap. Dat stemt me hoopvol. Ik zie in Nederland mooie voorbeelden ontstaan van goede jeugdhulp, waar met compassie grenzen aan jeugdigen worden gesteld.’

Hoe staan gemeenten en gecertificeerde instellingen tegenover ‘geen drang en dwang’?

‘Gelukkig merk ik dat er een andere wind gaat waaien in Nederland. Instellingen als het Nederlands Jeugdinstituut, William Schrikker Groep. Jeugdbescherming West, Inspectie Jeugdzorg omarmen het gedachtengoed “zonder dwang en drang” meer en meer. Het besef lijkt te landen dat we in Nederland zijn doorgeschoten in de wil om de controle vast te houden.’
 

Geplaatst op 30-5-2017 door Loraine Redjosetiko interesting12 993 0

0 Reacties

Geef een reactie

Stuur mij een email bij een nieuwe reactie.