Deel deze pagina:

Wetenschap op de werkvloer

Moedige jeugdbeschermers gezocht

Andrew Turnell, grondlegger van Signs of Safety, was dit voorjaar in Nederland voor een bootcamp over het werken met veiligheidsplannen. Turnell is een man met een missie: altijd goed voor prikkelende uitspraken over werk in de jeugdbescherming. Nic Drion beschrijft vijf dagen bootcamp aan de hand van vijf uitspraken van Andrew Turnell.

‘The Dutch system is fucked up. The more services involved, the more dangerous for children’ – Andrew Turnell

Auteur: Nic Drion

1). ‘Child abuse is a syndrome of secrecy. This is a denying society. We struggle with openness’

In onze cultuur is het niet gewoon om openlijk te praten over moeilijke zaken als kindermishandeling en onveiligheid van een kind. De drempel om dat gesprek te voeren, ligt hoog. Professionals hebben ook last van deze ‘culturele bagage’, net als omstanders en de ouders en kinderen in kwestie.

Als we ons dit realiseren, dan legt dit een bijzondere verantwoordelijkheid bij professionals. Zij moeten als geen ander in staat zijn om wél dit gesprek te voeren, in een cultuur waarin dit niet gewoon is. Ze moeten dus boven zichzelf uit stijgen. Daar is veel meer voor nodig dan alleen een training of een protocol. We moeten onze werkwijze, onze methodiek en onze werkbegeleiding zo inrichten dat jeugdbeschermers en Veilig Thuis medewerkers optimaal ondersteund worden in hun taak.

In het bootcamp bleek dat we goed zijn in het in algemene termen benoemen dat we ons zorgen maken. Maar exact aangeven welk gedrag van ouders nu schadelijk is voor een kind, zodat ouders ook precies weten wat ze moeten veranderen om de veiligheid te vergroten en de professional gerust te stellen, dat is andere koek. Het opstellen van een Statement of Danger is niet voor niets een van de belangrijkste maar ook moeilijkste onderdelen van Signs of Safety. Maar eenmaal goed geformuleerd helpt dit om ouders duidelijk te maken welk gedrag professionals anders willen zien en waarom.

2). ‘The Dutch system is fucked up. The more services involved, the more dangerous for children’

De onveiligheid van kinderen wordt vergroot als er veel hulpverleners bij een gezin betrokken zijn. Vanuit die visie verbaast Turnell zich over ons Nederlandse systeem, waarin we de veiligheid van kinderen juist bij heel veel professionals neerleggen: van wijkteam tot Veilig Thuis, veiligheid is van ons allemaal, is de boodschap. Dat brengt enkele grote risico’s met zich mee.

Samenwerken kost tijd en de kans dat er iets fout gaat is groot.

In de eerste plaats moeten al die professionals deskundig en capabel zijn. Ze moeten onveiligheid kunnen signaleren en bespreken. Ze moeten partnerschap met de gezinnen kunnen opbouwen en veiligheidsplannen kunnen opstellen. Dit is een klus voor de duizenden hulpverleners in meer dan duizend wijkteams.

In de tweede plaats hebben we het in Nederland heel ingewikkeld gemaakt met een uitgebreid stelsel met tal van instellingen die allemaal een rol spelen als het gaat om de veiligheid van kinderen. Samenwerken kost tijd en de kans dat er iets fout gaat is groot. Er is namelijk geen gedeelde visie op veiligheid, er zijn verschillen in opdracht, in kwaliteit… Het overbruggen van die verschillen vraagt veel aandacht en onderhoud en al die energie kan dus niet gericht worden op de kinderen en gezinnen zelf.

In de derde plaats creëren we – door het betrekken van veel hulpverleners – ons eigen ‘omstandersdilemma’. Hoe meer professionals betrokken zijn, des te groter de kans is dat we naar elkaar kijken en elkaar de verantwoordelijkheid toeschuiven, in plaats van zelf onze verantwoordelijkheid te nemen.

In de week van het bootcamp verscheen het manifest van de Kring van Veiligheid. In de publiciteit er omheen werd aandacht besteed aan de ‘zaak Danielle’, de verstandelijk beperkte jonge vrouw die jarenlang werd mishandeld en misbruikt door haar stiefvader en uiteindelijk aan de mishandeling overleed. Moeder stond erbij en keek ernaar, maar hetzelfde gold voor de meer dan twintig instellingen die bij dit gezin betrokken waren. Op de vraag wat er mis was gegaan, was het antwoord: ‘Het ontbrak aan regie’. Dat is misschien ook zo, maar het suggereert dat er twintig capabele hulpverleners klaar stonden die precies wisten wat ze moesten doen, maar wachtten op een teken van de regisseur om in actie te komen. Een teken dat helaas niet kwam.

Vanuit de visie van Signs of Safety was er in deze zaak sprake van teveel hulpverleners, waardoor het juist onveiliger werd. Wat er ontbrak, was niet zozeer een regisseur, maar vooral: één moedige en capabele hulpverlener van één moedige organisatie die zich focust op veiligheid en door kan én wil pakken. De kring van veiligheid moet dus kleiner en sterker worden, niet groter.

In Signs of Safety gaat men juist wél op zoek naar de uitzonderingen, naar de momenten waarop het wel goed gaat en een kind wél veilig is.

3). ‘In the West we forget about honoring people. And if we can do one thing different: connect the naturally involved people. That helps the best!’

In Nederland is de jeugdbescherming in sterke mate geprofessionaliseerd. Daar zijn medewerkers en gezinnen zich naar gaan gedragen. De professional werd de expert die het beter wist en gezinnen stelden zich afhankelijk op.

De aanpak is lang probleem-georiënteerd geweest: analyse, diagnose, behandeling. Het waarderen van wat al goed gaat en het daadwerkelijk betrekken van het netwerk zijn we kwijt geraakt, zeker als het gaat om onveilige opvoedingssituaties en kindermishandeling. In Signs of Safety gaat men juist wél op zoek naar de uitzonderingen, naar de momenten waarop het wel goed gaat en een kind wel veilig is. Wat is er dan anders? Wat doen ouders dan anders? Kunnen we daarvan leren?

Daarnaast maakt Signs of Safety actief gebruik van het netwerk rondom een gezin. Het netwerk trekken is de eerste stap om de geheimhouding rond kindermishandeling te doorbreken. Moeilijk soms, maar essentieel. Want een gemiddelde professional loopt maar enkele maanden mee met een gezin, terwijl familie en vrienden blijven.

In het bootcamp is veel aandacht besteed aan het in kaart brengen van het netwerk en het vergroten van de motivatie van ouders om steun uit het netwerk te zoeken en te accepteren. Daar zijn diverse tools voor aanwezig waarmee uitgebreid geoefend werd: het genogram, de sociocirkel en een set vragen gericht op het onderzoeken van de bereidheid van ouders om hulp uit het netwerk te accepteren. Hierbij geldt wel: de hulpverlener zelf is het belangrijkste instrument. Die kunnen bijvoorbeeld tegen ouders zeggen: ‘Ik kan deze zaak pas sluiten als jullie vijf personen uit jullie netwerk hebben gevonden die weten wat er in jullie gezin aan de hand is en die mee willen werken aan een veiligheidsplan. Wie zou je kunnen benaderen? Wat heb je nodig om iemand te durven vragen? Wie kan je daarbij helpen?’

4). ‘Stop endless paperwork and making new procedures. This does not add to the safety of children. Let’s stop counting what doesn’t count, and count what really matters’ 

Als een regel of procedure niet bijdraagt, weg ermee!

In de Nederlandse samenleving bestaat een sterke neiging tot risicominimalisatie. Dit geldt zeker ook ten aanzien van de veiligheid van diegenen die ons het meest lief zijn: onze kinderen. Risicominimalisatie leidt tot eindeloze checklists, regels, protocollen en verantwoordingsprocedures. De jeugdbescherming weet er alles van.

Een overschot aan regels in een cultuur van risicominimalisatie creëert bange, risicomijdende organisaties en idem hulpverleners. De vraag is of het hierdoor veiliger wordt voor kinderen. Turnell stelt van niet. Het recente onderzoek van de Inspectie Jeugdzorg naar de ‘zaak Sharleyne’ lijkt hem gelijk te geven. De Inspectie concludeert dat iedereen op zich volgens de regels heeft gehandeld. Toch konden die regels niet voorkomen dat het meisje jarenlang ernstig verwaarloosd werd en uiteindelijk is overleden. Het stellen van nog meer nieuwe regels en procedures gaat dit probleem niet oplossen.

In het bootcamp werden we telkens teruggehaald naar de kern van ons werk. Wat maakt het onveilig voor kinderen en waarom? En wat dragen onze handelingen vervolgens bij aan het vergroten van die veiligheid? Als een regel of procedure niet bijdraagt, weg ermee!

Waarom schrijven we eindeloze verslagen en schriftelijke overdrachten, maar maken we nog veel te weinig veiligheidsplannen samen met het gezin en het netwerk? Waarom registreren we wel allerlei schijnbaar belangrijke zaken zoals doorlooptijden of het aantal ondertoezichtstellingen, terwijl we niet registreren of het voor een kind nou veiliger is aan het eind van onze interventie. Wat vindt een kind er zelf van? En de ouders, het netwerk en de hulpverlening?

5). We’ve got enough knowledge. We need more compassion, rigor and imagination. And we need courageous workers, who can overcome their anxiety’

Wij moeten ons realiseren dat onze ideeën niet per definitie overeenkomen met die van ouders en het netwerk.

Laten we onszelf als professionals niet verschuilen achter een gebrek aan kennis. Er is genoeg kennis beschikbaar over kindermishandeling. In het werken met kinderen en gezinnen gaat het vooral om partnerschap. Belangrijke elementen in dat partnerschap zijn compassie, strengheid en verbeelding.

Compassie is nodig om de situatie van gezinnen te kunnen begrijpen en jezelf in te kunnen leven. Waarom ouders doen zoals ze doen, moeten we proberen te begrijpen zodat we ze kunnen helpen te veranderen.

Strengheid is nodig om scherp te kunnen zijn als het gaat om veiligheid. Daar moeten we nooit op inleveren. De balans tussen compassie en strengheid bepaalt daarmee voor een groot deel de kwaliteit van ons partnerschap.

Verbeelding is nodig vanuit het besef dat wij als hulpverleners slechts weinig weten van een gezin en hoe zij tegen de situatie aankijken. Wij moeten ons realiseren dat onze ideeën niet per definitie overeenkomen met die van ouders en het netwerk. We moeten nieuwsgierig zijn naar hun verhaal, naar hun oplossingen. Dat kan alleen als we los durven te laten en ons te laten overtuigen door de kracht van hun eigen oplossingen.

Dit alles vergt moed. Moed om over onze angst, onze culturele en structurele belemmeringen heen te stappen. Moed om te erkennen dat we het ook mis kunnen hebben. Moed om streng te zijn als het gaat om veiligheid. Moed om de oplossingen van gezinnen, die we zelf nooit hadden kunnen verzinnen, te accepteren.

In het bootcamp kwamen we tot de conclusie dat moedige medewerkers het verdienen om in een moedige organisatie te werken. Daarom benadrukt Signs of Safety de noodzaak van organisaties om hun medewerkers goed te ondersteunen. De hele organisatie moet achter deze werkwijze staan en ernaar zijn ingericht, bijvoorbeeld middels intervisiebijeenkomsten, casuïstiekbesprekingen en werkbegeleiding volgens het model van Signs of Safety, good practices en leren van elkaar. Of, zoals Joke Wiggerink (ex-directeur van Jeugdbescherming Noord) zegt in de film ‘De kracht van partnerschap’: ‘Als wij aan onze medewerkers vragen om in gesprek met gezinnen te gaan, dan moeten we als organisatie ophouden tegen onze medewerkers te zeggen wat ze moeten doen.’

Geplaatst op 19-9-2016 door Lucinda van Ewijk interesting51 6171 9

9 Reacties

Geef een reactie

Stuur mij een email bij een nieuwe reactie.

  1. Marcia Lever

    Prachtige samenvatting Nic van vijf intensieve en leerzame dagen. Moed bouwen, dat is onze opdracht!

  2. Ernesto

    Wat een goed artikel! Het verwoord precies het onderbuik Gevoel wat ik vaak heb op het werk.
    En ik denk ook dat er een soort van loyaliteit’s kwestie speelt tussen collega’s. Je valt elkaar niet af; is als een vaste onbesproken afspraak. Anders val je buiten de boot en kost het je baan. Wat je handeling’s verlegen maakt in optreden. En er voor zorgt dat er meer tussen collega’s gepraat wordt over de problematiek dan met de betrokken cliënten zelf. In De meeste organisaties willen/moeten medewerkers op een lijn staan met elkaar. En eenduidig over komen, wat opzich niet verkeerd is en duidelijkheid en rust uitstraalt.
    Maar het moet niet zo zijn dat je je daar meer op focust dan op je cliënt en de problematiek. Ik denk dat “en en” moet kunnen als het door de organisatie gefabriceerd (gedragen wordt)….

  3. Cindy

    Inspirerend stuk!
    Bedankt 🙂

  4. Ella de Jong

    Mooi duidelijk artikel. Bedankt!
    Erg blij te lezen dat jullie zo geïnspireerd zijn door Andrew Turnel.
    Ik heb Eric Sulker twee dagen ‘mogen horen’ een paar jaar geleden.
    Hopelijk ga ik steeds meer horen en lezen!
    Groet van een oplossingsgerichte collega: counsellor en trainer 🙂
    Veel succes gewenst!!

  5. Odiel de Vletter

    Wat een inspirerend verslag! Dank!

  6. Danielle van Diemen

    Mooi artikel. Vooral dat over de andere normen en waarden van gezinnen en hulpverleners.

  7. Marjolein Guit

    Heel waar m.i. en heel zinvol!

  8. Marijke de Groot

    Mooi artikel. Als gezinswerker bij VraagKracht heb ik de SOS Gatheringen in Engeland en dit jaar in Zwolle bijgewoond. Altijd inspirerend om Andrew Turnel te horen spreken. VraagKracht werkt vanuit het gedachten goed van SOS en geeft hierin ook cursussen.

  9. Natasja

    Mooi artikel! Doorpakken: be encouraged!