Deel deze pagina:

Werk in uitvoering

‘Niemand wil kinderen in een instelling stoppen’

Jeugdhulp is niet voorbehouden aan een professionele sector. Ook actieve buurtgenoten, scholen en bedrijven bekommeren zich om kinderen. Spirit werkt samen met al deze communities bij de hulp aan kinderen, jongeren en gezinnen. Het ultieme stadium van vermaatschappelijking is dat jeugdhulp als aparte sector niet meer bestaat.

‘Bij Spirit werken we altijd al met het netwerk. We hebben een diep geloof dat dat goed is’ 

Auteur: Mark Snijder

Dit artikel verscheen eerder in NJij?, het relatiemagazine van het Nederlands Jeugdinstituut. 

In het moderne kantoorpand van Spirit in Amsterdam-Zuid is de lange historie van deze jeugdhulpinstelling goed zichtbaar. In het trappenhuis kijken twee oude meesters de bezoeker aan. Een vergaderzaal is behangen met een historische foto van spelende kinderen op een Amsterdamse binnenplaats. Spirit komt voort uit het Burgerweeshuis, dat in de tweede helft van de zestiende eeuw zijn deuren opende aan de Kalverstraat. ‘Het mooie daarvan was dat er gegoede burgers waren die iets wilden doen voor de wezen in de stad’, vertelt Mariënne Verhoef, al meer dan tien jaar bestuurder van Spirit. ‘Of ze dat altijd goed deden, is iets anders. Maar de intentie was er om deze kinderen goed te laten opgroeien en aan het werk te helpen.’

Diep geloof

Burgers die zich bekommeren om de kinderen in hun omgeving: is dat niet de kern van wat sommigen nu ‘vermaatschappelijking van de jeugdhulp’ noemen? Wellicht, maar Mariënne houdt niet van deze beleidstaal. Volgens haar is de essentie dat kinderen zo min mogelijk in instellingen worden gestopt en zoveel mogelijk thuis zijn. En als het niet thuis kan, dan zo gezinsachtig mogelijk, in een pleeggezin of gezinshuis.

In de transitie en transformatie ligt de focus op de wijk en blijft het onderwijs onderbelicht.

Deze beweging is al jaren gaande, ziet Mariënne Verhoef. ‘Bij Spirit werken we van oudsher al veel met het netwerk. Er is hier een diep geloof dat dat goed is.’ Zeker voor de meest kwetsbare kinderen en jongeren ziet ze hier een maatschappelijke opdracht. ‘Het zijn twee dingen: wat kan je individueel in je eigen omgeving doen en wat kunnen we met elkaar voor deze grote groep kwetsbare kinderen doen? Dan gaat het echt over een inclusieve samenleving.’ Het onderwijs zou hierin een logische partner moeten zijn. ‘Dat is dé plek waar alle kinderen heengaan en opgroeien. In de transitie en transformatie ligt echter de focus op de wijk en blijft het onderwijs onderbelicht. Ik vind dat een gemiste kans. Vanuit Spirit proberen we de verbinding met het onderwijs te maken, maar dat is lastig. In het stelsel en de landelijke visie zijn onderwijs en jeugdhulp nog steeds aparte domeinen.’

De hulpverlener accepteert de JIM als volwaardig lid van het team.

JIM-aanpak

In een brochure noemt Spirit zichzelf onderdeel van een community, samen met jeugdigen, gezinnen, pleegouders, gemeenten en sociale partners. Deze bescheiden houding van de jeugdhulp, als slechts een van de partijen in de brede gemeenschap rondom kinderen en gezinnen, komt ook terug in de zogeheten JIM-aanpak (zie NJij nr. 3, red.). Hierbij werkt een professionele hulpverlener nauw samen met een door de jongere gekozen mentor. ‘De hulpverlener accepteert de JIM als volwaardig lid van het team.’ Uiteindelijk is zo’n aanpak effectief. ‘We hebben een aantal voorbeelden waarbij we uithuisplaatsing hebben kunnen voorkomen.’

Zware zorg op afstand

Initiatieven als die van JIM gedijen goed in een veranderende jeugdsector waarin het sociale netwerk veel nadruk krijgt. Deze transformatie is pas net begonnen, denkt Mariënne Verhoef. Ze vergelijkt het met de wandelingen die ze vroeger met haar gezin in de bergen maakte. ‘Dan hadden we eindelijk een top bereikt, maar dan zagen we weer een nieuwe bergtop. Zo is het ook met de transformatie: er komt altijd wel weer een volgende top.’

We lopen het risico dat als het met een jongere of gezin niet werkt in een jeugdteam, het enige alternatief iets heel zwaars is.

Het organiseren van hulp en ondersteuning dicht bij het gezin en in de wijk is belangrijk, maar er is ook een keerzijde. Expertise verschuift naar de wijkteams en er ontstaat een geforceerde knip tussen de ondersteuning door de wijkteams en de zwaardere hulp die moet worden ingekocht. ‘We duwen de zware hulp steeds verder weg, waardoor die een wereld op zichzelf dreigt te worden. Zeker als gemeenten met hun inkoopbeleid de specialistische hulp dwingen om in niches te gaan werken. We lopen het risico dat als het met een jongere of gezin niet werkt in een jeugdteam, het enige alternatief iets heel zwaars is.’

Kracht van Spirit

Spirit zoekt juist oplossingen die dicht tegen de wijkteams aan zitten. ‘Onze kracht is altijd geweest dat we veel soorten hulp in huis hebben en daardoor altijd een wenkend perspectief hebben. Kinderen met dezelfde problematiek komen soms wel en soms niet in de gesloten jeugdzorg. Wij willen weten hoe dat kan. Er zitten natuurlijk grenzen aan, maar hoe kunnen we gesloten jeugdzorg voorkomen?’ Inkoop via een aanbesteding maakt dit niet altijd gemakkelijk. ‘Wij zijn steeds aan het zoeken, puzzelen en ontdekken wat goed werkt. Dat staat haaks op de ronkende verhalen in de aanbestedingen waarin het vooral gaat over hoe goed je het voor een eurootje minder doet.’ Verhoef ziet dat verschillende regio’s dit proberen te doorbreken. ‘We moeten goed volgen of dat de creativiteit en inventiviteit kan behouden.’

Niemand wil dat zijn kind achter slot en grendel zit.

Jeugdhulp overbodig?

Soms komt die inventiviteit uit het buitenland. In Zwitserland deed Spirit inspiratie op voor forensische pleegzorg: minderjarige jongeren die worden verdacht van een strafbaar feit worden niet in een jeugdgevangenis, maar in een pleeggezin geplaatst. Ook dit is een manier om jongeren zoveel mogelijk in een normale omgeving te laten opgroeien. ‘Niemand wil dat zijn kind achter slot en grendel zit. Tegelijkertijd hebben sommige kinderen veel begrenzing nodig om tot rust te komen. Dus hoe kunnen we die begrenzing en structuur in een prettigere omgeving aanbieden?’

Het ultieme stadium van vermaatschappelijking van de jeugdhulp is dat jeugdhulp als aparte sector niet meer bestaat. De zorg voor jeugd is daarmee een opdracht van de samenleving als geheel. Dat gedachte-experiment staat centraal in Garage 2020, een ander initiatief van Spirit waarin professionals uit de jeugdhulp samenwerken met bedrijven, vooral uit de techsector. ‘Veel kinderen komen in de zorg terecht omdat ze geen woning hebben. Architecten en bouwers denken mee wat we daaraan kunnen doen. Ze willen graag van betekenis zijn voor de jeugdhulp. Uiteindelijk gaat het erom: hoe kunnen we met elkaar de maatschappij weer een stukje mooier maken?’

Als we iets bereikt hebben, moet altijd de vraag zijn: wat is de volgende bergtop?

Uit de comfortzone

Als kennisinstituut mag het Nederlands Jeugdinstituut hierin een meer activistische rol spelen, vindt Mariënne Verhoef. ‘Ik vind het Nederlands Jeugdinstituut vaak een veilige houding aannemen. Het gaat ook om ambitie. Bijvoorbeeld: wij rusten niet voordat de nieuwste inzichten overal een plek hebben gekregen. In plaats van: we zorgen ervoor dat de inzichten beschikbaar zijn. Het Nederlands Jeugdinstituut mag ons meer uit onze comfortzone halen, niet alleen jeugdhulpaanbieders, maar ook gemeenten, bedrijven, de hele maatschappij. Als we iets bereikt hebben, moet altijd de vraag zijn: wat is de volgende bergtop? Het is prima om op adem te komen en te zien wat er goed gaat. Maar daarna moet de rugzak snel weer op.’

Geplaatst op 10-7-2017 door Lucinda van Ewijk interesting6 1329 1

1 Reacties

Geef een reactie

Stuur mij een email bij een nieuwe reactie.

  1. Hans Jansen

    Jeugdhulp is het helpen van jeugdigen bij het opgroeien. Vanzelfsprekend dat het er is. Door een vraag als ‘Jeugdhulp overbodig’ en spreken van ‘vermaatschappelijking van jeugdhulp’ lijkt jeugdhulp iets bijzonders en zelfs buitenmaatschappelijk. Jeugdhulp is het probleem niet, de institutionalisering er van wel.