Deel deze pagina:

De Jeugdbescherming van morgen

Plek voor de burger in de jeugdbescherming

Betere samenwerking tussen lokale teams en de jeugdbescherming, sneller passende hulp voor jeugdigen en meer betrokkenheid van burgers bij de jeugdbescherming. Dat zijn enkele opbrengsten van het programma SWING. In elf projecten werkten gemeenten en professionals van gecertificeerde instellingen twee jaar aan innovatieve aanpakken op het gebied van jeugdbescherming. Ans van de Maat, voorzitter Directieraad van het Nederlands Jeugdinstituut overhandigde het eindrapport 18 september jl. aan wethouder Victor Everhardt, tevens voorzitter van de VNG-subcommissie Jeugd. Dat deed zij tijdens het symposium ‘de jeugdbescherming van morgen’ in NBC Congrescentrum Nieuwegein.

Samen komen we stap voor stap bij anders denken en doen.

Auteur: Yolanda van Empel

‘Hulde aan alle professionals en dank aan alle gemeenten. Zij hebben in elf projecten laten zien hoe zoveel mogelijk kinderen veilig en zo mogelijk thuis opgroeien, met zo min mogelijk drang en dwang.’ Het zijn mooie woorden van erkenning van de Utrechtse wethouder Victor Everhardt aan het adres van de vijfhonderd gemeenteambtenaren en professionals op het gebied van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering in de zaal. Sinds de zorg voor de jeugd een verantwoordelijkheid is van gemeenten werken zij intensiever samen.

De wethouder reageert daarmee op het rapport ‘Samen werken aan jeugdbescherming’, dat hij even daarvoor overhandigd kreeg door Ans van de Maat. Everhardt: ‘Ik ga mijn stinkende best doen om rust te creëren in het jeugdveld, zodat deze aanpakken de ruimte krijgen om te groeien.’ Van de Maat: ‘Het SWING-programma levert een belangrijke bijdrage aan de gezamenlijke beweging naar anders denken en doen, om het voor kinderen in Nederland beter te maken.’

Het SWING-programma: elf innovatieve projecten op het gebied van jeugdbescherming

Het rapport vormt de afsluiting van het programma SWING, dat startte in 2015 voor instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Het ministerie van Veiligheid & Justitie financierde het project, het Nederlands Jeugdinstituut verzorgde het programmamanagement.

SWING draait om innovatieve aanpakken waar burgers, familie en het netwerk van gezinnen bij betrokken zijn. Denk aan de inzet van burgervoogden, samenwerken bij complexe echtscheidingen of samen met gezin en netwerk keren van delictgedrag van jeugdigen. Ook werden nieuw tools en methodieken uitgeprobeerd gericht op bijvoorbeeld meer perspectief of meer zeggenschap voor de jeugdige en zijn netwerk. De samenwerking tussen wijkteams en gecertificeerde instellingen stond in de meeste projecten daarbij ook centraal. Dit leverde belangrijke bouwstenen op voor een succesvolle samenwerking.

De burger moet meer een plek krijgen in de jeugdbescherming van de toekomst.

Samenwerken met burgers in de jeugdbescherming

De resultaten zijn veelbelovend. Lokale professionals ervaren onder meer dat zij beter in staat zijn om onveilige opvoedingssituaties te signaleren en tijdig de benodigde expertise in te schakelen. Dit betekent voor jeugdigen en gezinnen dat zij eerder passende hulp ontvangen.

De ervaringen met werken met burgers in de jeugdbescherming zijn tevens positief. De burger moet dan ook meer een plek krijgen in de jeugdbescherming van de toekomst, zo luidt een van de conclusies van SWING.

Maar we zijn er nog niet, weten Van de Maat en Everhardt. ‘Geef professionals, gemeenten en instellingen tijd en energie om projecten vorm te geven’, benadrukt Van de Maat. ‘Het mag geen armpje drukken worden tussen gemeenten. Samen komen we stap voor stap bij anders denken en doen. Dat vraagt om een beweging waarin professionals, organisaties, ouders, kinderen en gemeenten samen optrekken.’ Everhardt beaamt dit volmondig: ‘De initiatieven moeten gemeenten, instellingen en buurtteams samen met elkaar verder opbouwen.’

We zijn vandaag op een slot- en startsymposium tegelijk.

Een slot- en startsymposium tegelijk

Maes tot de zaal: ‘Wat is er nodig voor de jeugdbescherming van morgen?’ Een aanwezige: ‘Ik ben benieuwd wat we kunnen doen op het gebied van preventie, zodat er geen jeugdbescherming nodig is. De wachtlijsten voor gespecialiseerde jeugdhulp lopen anders op.’

‘Vanuit het Centrum voor Jeugd en gezin (CJG) kijken we wat we kunnen betekenen voordat we opschalen’, aldus een andere aanwezige. ‘De meeste gemeenten werken druk aan oplossingen voor meer effectieve jeugdhulp en lopen daarbij tegen financiële grenzen aan. Structurele financiële inbedding, dat is nodig’, aldus een gemeenteambtenaar.

‘We zijn vandaag op een slot- en startsymposium tegelijk’, aldus dagvoorzitter Ruben Maes. Hij richt zich tot Harry van den Bosch, projectleider SWING bij het Nederlands Jeugdinstituut. ‘De bedoeling is om de aanpakken die zijn ontwikkeld in het programma SWING te verbreden, zodat ze zich als een olievlek verspreiden. We beginnen pas – dit is een dag om te inspireren’, aldus Van den Bosch. ‘Het gaat daarbij niet alleen om de aanpakken. Goede jeugdbescherming vraagt ook om een oplossingsgerichte houding, om denken buiten instituties en systemen.’

Helaas wordt de oplossingsgerichte aanpak vaak gereduceerd tot trucjes.

Louis Cauffman over de oplossingsgerichte benadering in de jeugdbescherming

Hoe kun je oplossingsgericht werken in de jeugdbescherming? Daarover vertelt Louis Cauffmann, klinisch psycholoog en bedrijfseconoom uit Gent. Hij geeft trainingen in de zogeheten oplossingsgerichte benadering. ‘Cliënten die niet meewerken, zitten in de weerstand – het is een veelgehoorde uitspraak’, aldus Cauffman. ‘Maar weerstand bestaat niet. Zo’n cliënt zegt eigenlijk: ‘Ik heb iets anders nodig’.’

Dan komt de oplossingsgerichte benadering om de hoek kijken. ‘Helaas wordt die aanpak vaak gereduceerd tot trucjes’, stelt Cauffman. ‘Daardoor krijgen professionals vaak acute eczema – zoals we dat in België zeggen – als ze ‘oplossingsgericht’ horen. Waar ik het over heb, is een grondhouding. Ik vat het voor u samen: voelt de cliënt zich begrepen, is er sprake van authentieke aandacht en hoop op verandering? Want hoop, mensen, is voor de menselijke geest als zuurstof voor longen.’

‘Wat gaat er ondanks uw problemen toch nog goed?’

De cliënt bepaalt wat een goede hulpverlener is, benadrukt Cauffman. ‘Wij zijn opgeleid in vragen stellen. Wat gaat er mis en hoe is de ellende begonnen? Ik stel voor dat we die bejegening veranderen in: wat gaat er ondanks uw problemen toch nog goed?’

Hij helpt de aanwezigen op weg: ‘Neem een case in uw hoofd en vraag u af: heb ik bij deze mensen gevraagd wat zij willen? Heb ik genoeg gefocust op welke krachtbron dit gezinssysteem heeft, ondanks vele hiaten? Dat lijkt zeer simpel maar is niet gemakkelijk. We vallen snel terug in probleemgeoriënteerde aanpak.’

In de nieuwe Jeugdwet wordt de jeugdprofessional neergezet als zelfstandig werkende professional.

Adri van Montfoort: ‘Jeugdbescherming en jeugdreclassering hebben te maken met een stapeling in toezicht’

Heeft Cauffman het onder meer over bejegening en cliëntperspectief, jurist en pedagoog  Adri van Montfoort schetst de context waarbinnen jeugdbeschermers opereren. Dat doet hij aan de hand van de fictieve professional Luci. ‘In de nieuwe Jeugdwet wordt de jeugdprofessional neergezet als zelfstandig werkende professional, die meer ruimte en mandaat krijgt om zijn taken uit te voeren’, aldus Van Montfoort.

‘Maar is dat ook zo? Ik waag het te betwijfelen. De jeugdbescherming en jeugdreclassering hebben te maken met een stapeling in toezicht. De jeugdbeschermer heeft met controle uit diverse hoeken te maken – niet in de laatste plaats van de landelijke overheid. Kortom, we zijn gedecentraliseerd, maar de centrale regering heeft nog een dikke vinger in de pap. We werken – alle goede bedoelingen ten spijt – tegen elkaar in.’

Gemeenten gaan anders denken

‘Je zou het niet zeggen, maar ik ben een optimist’, vervolgt Van Montfoort. ‘En ik ben niet de enige. Bestuurders van gecertificeerde instellingen laten vaak zien hoe het wel kan. Veel huisartsen zeggen ook: het moet anders. Gemeenten gaan anders denken. Ze realiseren zich: als de prijs per ondertoezichtstelling daalt, betekent dat een slechtere kwaliteit van de eerstelijnszorg en meer jeugdigen in zware jeugdzorg. De overheid doet niets en wacht de evaluatie van de wet af. Ik weet, veel mensen herkennen dit. Ik hoop op een beweging in het denken. En die is er! Kijk naar de elf prachtige SWING-projecten.’

Dagvoorzitter Ruben Maes vat alles nog even samen: ‘Wij wilden u in dit plenaire deel laten proeven aan het zoet en het zuur waar de jeugdbescherming mee te maken heeft. Er zijn mooie aanpakken en samenwerkingen, maar er is ook onrust en onbehagen. We wensen u een heugelijke dag, waarop u mooie voorbeelden en inzichten met elkaar deelt.’

Geplaatst op 28-9-2017 door Lucinda van Ewijk interesting0 131 0

0 Reacties

Geef een reactie

Stuur mij een email bij een nieuwe reactie.