Deel deze pagina:

Werk in uitvoering

De verwijsindex als stap 0 van de meldcode

De kinderopvang is bij uitstek een plek waar vroegsignalering plaats kan vinden. Medewerkers in de kinderopvang nemen steeds meer de rol van preventiepartner op zich. Om goed te kunnen signaleren en vermoedens van kindermishandeling te bespreken, hebben pedagogisch medewerkers extra scholing en coaching on the job nodig, zo vertelden medewerkers van SKA Kinderopvang (regio Amersfoort) eerder op deze plek.

Het is expliciet de bedoeling dat het instrumentarium ondersteunend is aan professionals en dat het hen helpt te weten wat ze wanneer moeten doen.

Dit keer het perspectief van een beleidsregisseur bij de gemeente Amersfoort, Jessie Thevenet. Welke rol ziet zij voor de kinderopvang en hoe ondersteunt de gemeente kinderopvangorganisaties bij hun rol als preventiepartner in de aanpak van kindermishandeling?

Auteurs: Josine Holdorp en Su’en Verweij-Kwok

Hoe versterkt de gemeente Amersfoort professionals bij vroegsignalering, specifiek kijkend naar vermoedens van kindermishandeling (en huiselijk geweld)?

‘Voordat vroegsignalering ingebed werd in de Jeugdwet zijn we in Amersfoort begonnen met het gebruik van de Verwijsindex Risicojeugd (VIR) voor jeugdigen van 0 tot 23 jaar. De VIR is een digitaal hulpmiddel voor professionals werkzaam met de jeugd, om hun betrokkenheid bij een jeugdige kenbaar te maken.  Wanneer er sprake is van een gezamenlijke zorg rondom een jeugdige, komen op deze manier de betrokken professionals sneller met elkaar in contact. Zij kunnen hierdoor sneller afstemmen en tot een plan van aanpak komen.

De VIR is in Amersfoort en omstreken gaan gelden als een ‘kapstok’ voor de versterking van het beleid en de aanpak van (vroeg)signalering, inclusief het opsporen van kindermishandeling en huiselijk geweld. Het systeem zelf is geen doel op zich, maar het biedt een platform voor kennisontwikkeling. Het faciliteert en motiveert een passende houding (erkenning voor het probleem) en gedrag (handelingsgerichtheid).

Welke beroepsgroepen de risico’s bij jeugd dienen te signaleren in de VIR staat in de wet. De kinderopvang is niet verplicht om met de VIR te werken. Toch doen verschillende organisaties voor kinderopvang in Amersfoort mee aan het onderliggende convenant waarin afspraken zijn gemaakt over de samenwerking in de VIR. De ervaring leert dat overtuigen vanuit de inhoud werkt.

In Amersfoort zien we vroegsignalering als stap 0 van de meldcode.

De VIR maakt, samen met de Meldcode, onderdeel uit van één instrumentarium gericht op professioneel handelen bij zorgsignalen, van licht tot en met vermoedens van kindermishandeling en huiselijk geweld. Het is expliciet de bedoeling dat het instrumentarium ondersteunend is aan professionals en dat het hen helpt te weten wat ze wanneer moeten doen.’

Hoe verhoudt de verwijsindex zich tot de meldcode?

‘In Amersfoort zien we vroegsignalering als stap 0 van de meldcode. Bij een niet-pluis gevoel in deze fase zet je een signaal in de VIR. Daarmee toets je of andere professionals al eerder signalen door hebben gegeven over het kind waar je zorgen om hebt. Hiermee word je ook zichtbaar voor mogelijk opvolgende professionals met zorgen. Bij het ontstaan van een match tussen professionals gaat vervolgens het regiemodel in werking treden. Hierin wordt bepaald wie de regie gaat voeren. Het is nadrukkelijk de bedoeling samen te werken en zo min mogelijk door te verwijzen.

Ook bij kinderopvang zie ik dat men steeds meer erkent dat ook in hun populatie slachtoffers zullen zijn van kindermishandeling en dat ze daar verantwoordelijkheid in willen nemen.

Professionals in Amersfoort kunnen zowel voor het gebruik van de VIR als de meldcode een training volgen. Belangrijk is daarbij dat duidelijk wordt voor de professional voor hoe beide instrumenten versterkend werken in de aanpak van zorgen om jeugd. De VIR activeert professionals en organisaties om transparant en extern gericht te zijn bij zorgsignalen. Zodoende komen de puzzelstukjes in stap 0 al bij elkaar en kan er sneller een completer beeld ontstaan van de situatie waarin het kind zich bevindt.’

Welke rol heeft de kinderopvang in Amersfoort als het gaat om het delen van signalen van kindermishandeling?

‘De groep kinderen die opgevangen wordt in de kinderopvang wordt steeds groter. Ook bij kinderopvang zie ik dat men steeds meer erkent dat ook in hun populatie slachtoffers zullen zijn van kindermishandeling en dat ze daar verantwoordelijkheid in willen nemen. Ik vind de functie van pedagogisch specialist die SKA in leven heeft geroepen daar mooi bij passen. Deze medewerker zorgt voor verbreding en verdieping in deskundigheidsbevordering.

Een aantal kinderopvangorganisaties doet al mee met de VIR. Zij hebben het convenant ondertekend en hun medewerkers zijn getraind. Ze behoren overigens niet tot de organisaties die het meeste registreren in de VIR. Ik hoor vaak dat de kinderopvang worstelt met de vertrouwensrelatie met ouders. Die willen ze niet op het spel zetten. Ze hebben vragen over privacy en willen hun gesprekstechnieken verbeteren zodat zij het belang van het kind voorop kunnen stellen én in (goed) contact kunnen blijven met de ouders.

Met een intern protocol is niet zichtbaar voor derden dat jij ook betrokken bent bij een gezin.

Andere opvangorganisaties doen niet mee omdat zij hun eigen, interne protocollen hebben. Ik vind dat jammer, want met een intern protocol is niet zichtbaar voor derden dat jij ook betrokken bent bij een gezin. Bovendien heeft de kinderopvangorganisatie bij uitstek veel informatie als het gaat om vroegsignalering en is het, net als de school, een belangrijke vindplaats.

De VIR maakt overigens onderscheid tussen signaleerders en hulpverleneners. Medewerkers in de kinderopvang hebben een signaleringsfunctie, de VIR is er dus om ze te ontzorgen. Maar voorop staat wel dat je durft te delen wat je gezien hebt. Stel het kind centraal en begin gewoon met het bespreekbaar maken. De veelgebruikte zin “Niets doen is geen optie” gaat wat dat betreft nog steeds op.’

 

 

 

 

Geplaatst op 27-7-2017 door Lucinda van Ewijk interesting1 1805 3

3 Reacties

Geef een reactie

Stuur mij een email bij een nieuwe reactie.

  1. Annemarie van de Ruit

    En wat nu als je een ‘niet pluis gevoel’ hebt gemeld in de VIR, maar dat dit match geeft?

    1. Ellen Schot

      De match betekent dat ook een andere professional betrokken is bij jouw cliënt/klant/gezin en dat die persoon ook een zorg of een niet-pluis gevoel heeft. Door contact met elkaar op te nemen geef je aan dat je wilt samenwerken. Voordeel: je bent niet de enige die zich zorgen maakt en je hoeft het niet alleen op te pakken.

  2. Wilma Vogels

    Hoe voorkom je dat er door de mensen die via VIR kontakt met elkaar gaan hebben een eigen beeld van de werkelijkheid wordt gecreëerd, waar ouders later alleen maar tegenop botsen? Waar is het correctief vermogen?