Deel deze pagina:

Uit het SWING-project

‘Werken zonder maatregel heeft structureel maatschappelijke meerwaarde’

In het kader van de door het NJI verleende SWING subsidie heeft Jeugdbescherming Noord een maatschappelijke businesscase opgesteld naar het maatschappelijk rendement van het ‘werken zonder maatregel’ door de GI. Met de businesscase is invulling gegeven aan één van de transformatie­opdrachten van de 23 Groninger gemeenten. De businesscase is opgesteld vanuit de behoefte om de ketensamenwerking tussen de lokale basisteams en de GI’s te versterken. Dit moet worden gefaciliteerd door een passend financieel arrangement dat de huidige perverse prikkels ondervangt.

Uit de businesscase blijkt dat wanneer de GI om de juiste redenen wordt ingezet, dit structureel maatschappelijke meerwaarde heeft bovenop de aanwezige kennis en kunde in de lokale basisteams. In dit artikel leest u een korte achtergrond en opzet bij de businesscase, de wijze waarop de GI toegevoegde waarde levert en de voorwaarden om tot effectieve en efficiënte samenwerking te komen tussen GI’s en lokale basisteams.

Achtergrond en opzet van de maatschappelijke businesscase

In Groningen maakt zo’n 11% van alle jongeren gebruik van een vorm van jeugdhulp. Dit zijn er in totaal ruim 11.000. Daarvan zijn er per jaar circa 450 betrokken in een formele kinder­beschermingsmaatregel.

Gemeenten in Groningen hebben zo’n € 150 mln. beschikbaar voor de totale organisatie van de jeugdzorg. Van de € 112 mln. die regionaal wordt ingekocht, gaat circa € 13 mln. (12%) naar de vier gecertificeerde instellingen. Het grootste gedeelte van het gemeentelijke budget gaat naar de inkoop van zorg die aanbieders leveren in opdracht van de lokale basisteams en/of de GI’s.

Jeugdbescherming Noord (hierna: JB Noord) wordt voor de uitvoering van formele maatregelen betaald op basis van P*Q. Tegelijkertijd wordt zij lumpsum gefinancierd voor het ‘werken zonder maatregel’ om het aantal maatregelen terug te dringen. Hiermee bestaat er een perverse prikkel in de huidige financiering: de wijze van financieren is niet in lijn met het inhoudelijke doel om het aantal maatregelen te verminderen door effectieve inzet van de GI in het vrijwillig kader.

Onderscheid in cliëntstromen basis voor analyse

In de analyse van de businesscase is grofweg onderscheid gemaakt tussen cliënten die wel en niet in het WZM en/of in een formele maatregel met de GI in aanraking komen. In totaal zijn vier ‘cliëntstromen’ onderscheiden (blauwe vlakken).

De onderzoekshypothese is dat inzet van de GI in het WZM bijdraagt aan de optimalisatie van maatschappelijke kosten en baten in de jeugdbeschermingsketen.

Op basis van documentenonderzoek en een casestudy, waarin is gesproken met cliënten en professionals van wijkteams en van JB Noord, is een aantal belangrijke lessen geleerd over hoe verbetering van de samenwerking tussen de lokale basisteams en de GI kunnen bijdragen aan het verbeteren van de dienstverlening aan de cliënt.

Meerwaarde van WZM door de GI

De hoofdconclusie is dat de inzet van de GI in het WZM – in aanvulling op de lokale basisteams – meerwaarde heeft. Voorwaarde is dat de GI om de goede redenen, op het juiste moment en op gepaste wijze wordt ingezet, zodat wordt bijgedragen aan het zorgcontinuüm voor de cliënt. 

Het realiseren van een doorbraak belangrijke reden voor inzet van GI in WZM

Soms stapelt hulp in het vrijwillig kader op, zonder verbetering van de veiligheidssituatie. Om preventief werken niet tot doel te laten verworden, wordt het realiseren van een doorbraak door de GI door alle betrokkenen als grote meerwaarde gezien.

De GI kan urgentie bij de cliënt overbrengen en het basisteam (weer) in positie zetten. Er zijn indicaties dat door inmenging van de GI de hoeveelheid zorg eerder af- dan toeneemt.

Naast het ‘realiseren van een doorbraak’ zijn er nog drie fundamentele redenen geformuleerd voor inzet van de GI in het WZM, onafhankelijk van de inrichting van de lokale basisteams. Het gaat om:

  1. normaliseren en objectiveren van cases met veel betrokken hulpverleners of organisaties;
  2. borgen van continuïteit bij concreet perspectief van een opvolgende maatregel;
  3. overnemen van hoog complexe en intensieve cases die het lokale basisteam (te) zwaar belasten.

De laatste reden moet worden geconcretiseerd, zodat het geen gelegenheidsargument wordt.

In de transformatiefase springt de GI binnen het WZM ook in op (kwantitatieve en kwalitatieve) ondercapaciteit van de lokale basisteams. Hiermee wordt op korte termijn voorkomen dat deze cases blijven liggen, dan wel onnodig escaleren. Het is echter geen duurzame vorm van inzet binnen de geldende solidariteitsafspraken tussen gemeenten.

Onzekerheid en onvoorspelbaarheid voor cliënt ingrijpender dan uitvoering van maatregel

Voor de cliënt zijn objectiviteit, continuïteit, duidelijkheid en voorspelbaarheid van groot belang. Betrokkenheid van de GI kan hieraan een bijdrage leveren. Het kan onnodige onzekerheid en escalatie (helpen) voorkomen. Dit is van groot belang omdat het proces tot aan een (eventuele) maatregel meer impact heeft op de cliënt dan de maatregel zelf. Bovendien is niet de OTS het meest ingrijpend, maar de onzekerheid of dit gepaard gaat met een uithuisplaatsing.

De GI kan op gepaste wijze een bijdrage leveren aan het versterken van de regievoering waarmee hulpverlening wordt geprioriteerd en gefaseerd. Het gezin kan hierdoor gestructureerd werken aan een veilige en stabiele situatie.

Voorwaarden voor effectieve en efficiënte inzet van de GI

De meerwaarde van het WZM door de GI komt alleen tot zijn recht bij effectieve samenwerking met de lokale basisteams. Dit vraagt om aandacht voor het realiseren van een zorgcontinuüm, een adequate (basis)inrichting van de lokale teams en een passende wijze van financieren en verantwoorden.

Sluitend zorgcontinuüm tussen het vrijwillig en gedwongen kader vraagt om onderling aansluiten

Vanuit het transformatiedoel en de onderzoeks­bevindingen wordt aanbevolen om in het WZM slechts beargumenteerd de casusregie over te dragen aan de GI en niet als automatisme aan een product te verbinden. Een sluitend zorgcontinuüm vraagt verder om een sluitende overgang tussen het vrijwillig en gedwongen kader. Van belang is dat ook tijdens een maatregel het lokaal basisteam betrokken blijft om problemen op andere leefdomeinen af te stemmen op het veiligheidsprobleem. Voor de professional in het basisteam betekent dit dat een gezin niet uit beeld is wanneer het in een maatregel zit. Van de professional van de GI vraagt dit ook om een nieuwe manier van denken en werken. Het gaat erom dat professionals elkaar en de cliënt meenemen in het proces. Juist gezamenlijkheid kan ervoor zorgen dat de hele situatie van het gezin aandacht krijgt met de passende expertise.

Keuzes maken over expertises in lokale teams

Samenwerken met 23 gemeenten in alleen al de provincie Groningen, is voor JB Noord een forse opgave. Zeker omdat niet alle lokale teams de kennis en kunde op eenzelfde niveau en wijze hebben georganiseerd. Het eenmalig in huis halen van kennis door personeel van de GI over te nemen, garandeert geen expertise op lange termijn. Gemeenten wordt daarom aanbevolen om ten eerste een eenduidige keuze te maken rondom het basisniveau en positie van de veiligheidsexpertise in de basisteams. Op deze manier wordt gerealiseerd dat de GI effectief en efficiënt kan aansluiten en dat kwaliteit van de toegang past bij de financiële solidariteit voor specialistische jeugdzorg.

Ten tweede moet (nog) aanwezige expertise worden verbreed en behouden op lange termijn.

Financier en verantwoord op basis van sturingsbehoeften

De kern van het advies rondom de nieuwe manier van inzetten van de GI in het WZM is dat de professional in het lokale basisteam primair verantwoordelijk is voor het totale resultaat dat met het gezin moet worden bereikt. De GI wordt gevraagd hieraan een gerichte bijdrage te leveren (deelresultaat). De inzet en financiering moeten daarbij aansluiten op de inhoudelijke argumenten voor inschakeling van de GI. Van de professional van de GI mag worden gevraagd dat deze scherp is op de reden tot inschakeling: fundamentele redenen of gelegenheidsargument? Het is aan de GI om aan de overeengekomen deelresultaten beargumenteerd (gemiddelde) tarieven te verbinden die organisatiecontinuïteit garanderen, zonder casusspecifiek bestede uren af te rekenen.

Aanbevolen wordt om in lijn met het financieringsmodel te verantwoorden op ‘interventie en resultaat’ en niet op vastomlijnde producten. Registreer daarbij (geanonimiseerd) op casusniveau. Zo is een vergelijking mogelijk tussen de organisatie en expertise van de lokale basisteams en de reden en omvang van inzet van de GI (en achterliggende zorg). Tevens wordt zodoende zicht verkregen op de omvang van en doorstroom tussen de verschillende cliëntroutes.

Dit financierings- en verantwoordingsmodel is gebaseerd op onderling vertrouwen en een gezamenlijke visie op transformatie van de jeugdzorg. Geen enkel model is in staat om onvolkomenheden in deze voorwaarden te ‘repareren’.

Tot slot: inspirerende voorbeelden laten kansen transformatie zien

In alle verhalen hoorden wij vele inspirerende voorbeelden van mooie samenwerking tussen de GI en de gemeenten die laten zien hoe eenvoudig soms het verschil wordt gemaakt en hoe echte samenwerking bijdraagt aan daadwerkelijk betere en afgestemde hulp voor gezinnen.

Geplaatst op 2-2-2017 door Lucinda van Ewijk interesting2 586 0

0 Reacties

Geef een reactie

Stuur mij een email bij een nieuwe reactie.