Deel deze pagina:

De nieuwe jeugdbescherming

Vijf zaken die u moet weten over de nieuwe jeugdbescherming

  1. Veiligheid staat voorop

Kern van de nieuwe jeugdbescherming is: alle kinderen zijn blijvend veilig. Elke professional of functionaris moet zich afvragen of kinderen veilig opgroeien. Dit geldt niet alleen voor professionals die direct met kinderen te maken hebben. Het geldt ook voor de politie en voor professionals die met ouders werken. Zo hebben professionals in de verslavingszorg en ggz de ‘kindcheck’. Al deze personen moeten weten wat te doen als ze vermoeden dat een kind niet veilig is. Daar start immers het proces van jeugdbescherming.

  1. Wijkteam is aan zet

Het lokale wijkteam heeft als eerste de taak om kinderen te beschermen. Zij kunnen daarbij gebruik maken van de deskundigheid en ervaring van Veilig Thuis en van de gecertificeerde instellingen. In samenwerking met het wijkteam is hun deskundigheid en ervaring dus ook binnen het vrijwillig kader in te zetten.

  1. Professionals werken goed samen

De jeugdbescherming wordt uitgevoerd door gecertificeerde instellingen waar geregistreerde professionals werken. Zij voldoen aan strenge kwaliteitseisen. Belangrijkste eis: methodisch werken vanuit de eigen mogelijkheden van het gezin. De jeugdbeschermers werken vaak multidisciplinair samen met andere professionals die dat gezin hulp bieden. Daarbij is het uitgangspunt: één gezin, één plan.

  1. Jeugdbescherming én jeugdreclassering

De gecertificeerde instellingen voeren zowel jeugdbeschermings- als jeugdreclasseringsmaatregelen uit. Binnen de nieuwe jeugdbescherming is meestal één professional integraal verantwoordelijk voor beide taken. De gedachte daarachter is dat veilig opgroeien vooral binnen een gezin gerealiseerd moet worden en dat het juridisch kader daaraan ondergeschikt is. Daarom gaat de nieuwe jeugdbescherming zowel over de jeugdbescherming als over de jeugdreclassering.

  1. Uithuisplaatsing voorkomen

De nieuwe jeugdbescherming probeert kinderen zoveel mogelijk binnen het eigen gezin te helpen. Alleen als er geen mogelijkheden zijn om de veiligheid van het kind te waarborgen, is uithuisplaatsing nodig. Er wordt dan gezocht naar de meest passende oplossing: binnen het eigen netwerk, in een pleeggezin en – als het echt niet anders kan – in een leefgroep. Het doel blijft om het kind zo snel mogelijk weer thuis te laten wonen.

interesting13